Less is more – ook als we de organisatie van een ledencommunity organiseren

Verder bouwend op het community-model dat ik in de vorige 3 posts toelichtte, focussen wij in deze bijdrage op het 4e en laatste luik, namelijk de “faciliterende organisatie”.

De collectieve ambitie (zie post 1/4) van een community mag dan nog zo groot en helder zijn, een professionele ondersteuning is levensnoodzakelijk. Niet alleen om de missie te bewaken en vooral te vertalen naar een werkbare strategie – hierbij is het essentieel om ook te beslissen welke zaken NIET zullen gebeuren. Maar ook om effectief uitvoering te geven aan de acties die hieruit volgen: ledenwerking, belangenbehartiging, samenwerken met derden enzovoorts.

Het bestuur en het ondersteunende secretariaat moeten een goed geoliede tandem vormen. Op basis van jarenlange ervaring met meerdere en onderling sterk verschillende organisaties komen we tot minstens deze 9 essentiële HOE-vragen die de contouren tekenen van een sterke, faciliterende organisatie.

  • Raad van Bestuur – hoe zorgen we dat het bestuur zich met het beleid (en toezicht) bezighoudt en hoe moeten we dat dan organiseren (governance)?
  • Rol van de bestuurder – hoe vullen we best het takenpakket van de bestuurder in (balans tussen bestuurlijke en inhoudelijke kennis) en  hoe houden we ze gemotiveerd?
  • Secretariaat/Bureau – hoe zorgen we met een minimum aan resources voor de meest optimale context voor een ‘faciliterende’, bijna onzichtbare organisatie?
  • Verenigingsprofessional – hoe zorgen we voor enthousiaste en sterke professionals die niet enkel de dingen goed doen, maar ook de goede dingen doen?
  • Communicatiestrategie – hoe gaan we intern en extern onze communicatie-inspanningen kanaliseren en doseren (multichannel-mix, basisdocumenten, promo-materiaal)?
  • Communicatietools – hoe geven we vorm aan de ondersteunende  ‘tools’ (website – crm – newsletter – social media – magazine – jaarverslag – persbericht – position papers)?
  • Fysieke events – hoe zorgen we ervoor dat de leden tijd willen inruilen om op congressen, opleidingen, werkgroepen aanwezig te zijn en bovendien hun steentje bijdragen?
  • Levenslang leren – hoe bieden we een oplossing aan de leden inzake opleidingen, training en permanente vorming,  beroeps/sectorspecifiek maar ook breed horizontaal (skills, attitudes)?
  • Maatschappelijke relevantie – hoe zorgen we ervoor ‘future proof’ te blijven en hoe werken we aan en communiceren we over onze bijdrage aan een duurzame toekomst?

Wat al deze uitdagingen gemeenschappelijk hebben, is dat de organisatie er op de eerste plaats moet zijn voor de leden. Als we spreken over ledenbinding  (zie post 2/4) wordt te dikwijls verwezen naar de relatie lid-organisatie met het oog op het behoud van het lid binnen de organisatie. Wat we merken vandaag is dat leden zich ook meer en meer willen verbinden met mekaar en ook bereid zijn om daaraan te werken (bv. door deelname aan werkgroepen, lerende netwerken, projecten,…).

Als we spreken over het verbreden (zie post 3/4) van de organisatie moeten we ons ook niet beperken tot het gegeven dat de organisatie contact onderhoudt of samenwerking zoekt met andere organisaties en stakeholders. Ook hier kunnen we een vertaalslag maken naar het verbreden van het speelveld van de leden, met andere woorden welke rol speelt de organisatie bij het vormgeven van de sector én de markt waar de leden zich in bevinden.

Zo krijgen de concepten van verbinden en verbreden een waardevolle invulling vanuit de gedachte dat de organisatie aan de ene kant de ‘What’s in it for me?’ of de individuele behoeften van de leden faciliteert maar tegelijk vorm geeft aan het grotere ‘What’s in it for us?’ op basis van wat die leden echt nodig hebben. Dit creëert een goede basis voor de vereniging van de toekomst.

++++++++

Wil je niet alleen meer te weten komen over de klassieke mechanismen inzake ledenbinding, maar ook hoe je vanuit een collectieve benadering succes kunt boeken met verbinden en verbreden zoals hierboven kort gesitueerd, dan nodig ik je graag uit voor mijn inspirerende workshop op 20 april 2017 in Gentbrugge in het kader van de BSAE Academy. We brengen theorie en praktijk samen dankzij een interventie van Sylvie Baert, stafmedewerker van VMx (Beroepsvereniging van milieuprofessionals).

Advertenties

Hoe hou je leden en bestuur enthousiast?

Luc ArdiesHoe kom je in de leefwereld van je leden? Hoe betrek je hen in de werking van je vereniging? Wat wil je op termijn bereiken? “Ik bezoek regelmatig sectororganisaties en ik zie dat vele worstelen met hun positionering”, zegt Luc Ardies, socioloog en directeur bij UNIZO. Hij vertelt hoe je leden, medewerkers en bestuurders enthousiast houdt en in de goede richting stuurt.

“Ik bezoek regelmatig sectororganisaties en ik zie dat vele worstelen met hun positionering, ofwel hoe zij zich onderscheiden van gelijkaardige verenigingen en welke ambities ze hierbij koesteren. Een missie, visie of strategie uitstippelen is daarom heel noodzakelijk, maar niet zo eenvoudig. Ik stel vast dat zowel bedrijven als non-profitorganisaties zich te snel overgeven aan het operationele aspect. En dat is een gevaarlijke piste.”

Wat leeft er in de sector?

“Wie zijn we? Wat zijn onze kernwaarden? Wat willen we op termijn bereiken? Eens de missie, visie en strategie op papier staan, kan je focussen op zaken die in de sector leven. Als je dat niet doet, krijg je op elke bestuursvergadering nieuwe vragen en problemen voorgeschoteld die je volgens de bestuursleden dringend moet aanpakken. Hierdoor beland je in een vicieuze cirkel en kan je je niet concentreren op basiszaken die je organisatie sterk maken.”

“Vooral bestuursleden kaarten tijdens de vergadering vaak een probleem aan die ze die dag tegenkwamen. Leeft die enkel bij hen of in heel de sector? Dat moet je feilloos aanvoelen. Vaak verkeer je in de eerste situatie en dan moet je het lef hebben om niet in te gaan op de vraag zodat je blijft focussen op de doelstellingen. Maar daarbij moet je ervoor zorgen dat zij het gevoel behouden dat ze mee aan de kar trekken. Dat evenwicht kan je enkel behouden als ze zich voor honderd procent achter het missie-, visie-  en strategieverhaal scharen.”

De leefwereld van leden

Hoe komen we in de leefwereld van onze leden? Hoe kunnen we hen zo veel mogelijk betrekken in onze werking? Die vragen heersen binnen UNIZO, want we willen niet regeren vanuit een ivoren toren.

“Een vereniging blijft een zaak van mensen. Je mag dan nog een sublieme missie, visie en strategie uitgewerkt hebben, als die niet pakt bij de mensen dan is de strijd op voorhand verloren. De top mag een zooitje zijn, als je mensen enthousiast zijn, het leuk vinden en graag tijd investeren in de organisatie, dan ga je vooruit blijven gaan. Ik ben ervan overtuigd dat als je vanuit het bestuur of het management strakke structuren door de strot van je vrijwilligers en verenigingsprofessionals duwt zonder naar hen te luisteren, je geen stap vooruit komt.”

Leden enthousiast houden

“Ja, maar je kunt mensen alleen maar enthousiast krijgen als ze de missie, visie en strategie steunen. Een goed voorbeeld zie je soms opduiken in de Deense politieke televisiedrama Borgen. De centrale figuur in de reeks is politica Birgitte Nyborg. In de eerste twee seizoenen is zij minister-president, maar in het derde seizoen verliest ze de verkiezingen, richt ze een nieuwe partij op en gaat ze in de oppositie. Haar medewerkers zijn heel enthousiast en stellen in kleine werkgroepen een partijprogramma op. Birgitte vindt dat fantastisch, maar merkt meteen op dat hun ijver verloren moeite was, want als ze hun ideeën volgt zou ze belastingen zowel moeten verhogen als verlagen. Zulke situaties ontstaan omdat de missie ontbreekt. Tijdens mijn sessie op 16 februari vertel ik onder meer hoe je mensen enthousiast te houdt en in de goede richting te stuurt.”

Meer weten?

Socioloog, directeur van UNIZO en auteur van het boek Succesvol verenigingsmanagement in 5 stappen Luc Ardies geeft op 16 februari 2017 tal van tips en voorbeelden rond verenigingsmanagement. Schrijf je nu in.

Praktische info: donderdag 16 februari in het bedrijvencentrum De Punt, Kerkstraat 108, 9050 Gentbrugge van 13u00 tot 17u00.

5 praktijktips om te ondernemen als sectorvereniging

SONY DSC‘Iedereen ondernemer’ schreef Arko van Brakel bij de start van dit decennium. In een kennis- en communicatiemaatschappij is een ondernemende levenshouding een vereiste om te overleven.  Herman Daems, hoogleraar economie aan de KU Leuven publiceerde eind 2015 een opinie in De Tijd: ‘De scheidingsmuur tussen profit en non-profit begint te barsten’. Organisaties in non-profit streven naar business modellen die redelijk rendement opleveren. Ze overtuigen investeerders om meer geld in hun activiteiten te stoppen. Non-profitorganisaties kunnen zo initiatieven opstarten om maatschappelijke problemen op te lossen. In de non-profitsector wordt gesproken over shared value, sociaal ondernemerschap en impact investing.

Ondernemen is niet gelijk aan commercialiseren. Ook voor non-profitorganisaties is ‘ondernemen’ een passende mindset. Ledenverenigingen, zelfs met profitleden, zijn organisaties met een maatschappelijk doel: leden beter maken, de sector versterken of een maatschappelijke uitdaging aanpakken. Ondernemen gaat dan niet om ‘geld verdienen’, maar om initiatief nemen, middelen zoeken/inzetten, resultaat bereiken. Ondernemen staat tegenover ‘passief’ hetzelfde blijven doen met de bestaande lidgelden of wachten op steun van overheden.

5 tips om te ondernemen:

  1. HELDERE MISSIE EN WAARDEN

Draagt het bij tot het bereiken van je missie en past de werkwijze bij je waarden? Het lijkt evident, maar dit zijn dé basisvragen als je gaat ondernemen. Doe je dit niet dan zijn volgende bestuursdiscussies of ledenreacties gegarandeerd: we moeten als vereniging toch geen geld verdienen, wat hebben we daaraan, die dienst maakt ons financieel afhankelijk, …

2. VERBINDEN, VERDIENEN OF VERSTERKEN

Als sectororganisatie kan je met een bepaalde dienst proberen de leden te verbinden met de organisatie,  de sector te versterken of … te verdienen. Bij deze laatste vorm staat winst maken voorop voor de vereniging (maar ook voor het lid). Een groepsaankoop voor leden met een marge voor de vereniging kan dit illustreren. In het boek ‘Dienstverlenende Organisaties’ van Berenschot staat hoe je diensten kan aanbieden. Een van de vormen is ‘ondernemen’, zijnde de dienst zelf uitvoeren als vereniging en je eigen naam eraan koppelen. ’Ondernemen’ is aangewezen als er relevantie is voor veel leden en de dienst relatief eenvoudig is, maar ook een goede kosten/baten verhouding is van belang. Deze vorm staat naast ‘profileren’ waarbij je je naam wel aan de dienst koppelt, maar niet zelf uitvoert; makelen, waarbij je je naam niet aan de dienst koppelt en hem niet zelf uitvoert, of produceren, waarbij je je naam er niet aan koppelt maar wel zelf uitvoerder bent.

3. VOOR ALLE LEDEN OF VOORLOPERS

Vanuit een klassieke, momenteel vaak nog geldende visie op verenigingsmanagement lijkt het evident te ondernemen voor alle leden. De leden staan centraal en ‘ondernemen vóór leden’ moet ten goede komen van zoveel mogelijk leden. In de visie van ‘Verenigingsmanagement 3.0’ ligt de nadruk meer op innovatie, aandacht voor voorlopers en ‘ondernemen mét leden’. Als sectororganisatie ga je hands-on met enkele leden, die ‘iets’ willen doen initiatief nemen.

4. SAMENWERKEN

‘If you want to go fast go alone. If you want to go far go together’ luidt een Afrikaans gezegde. Ook voor sectororganisaties geldt dat samenwerken essentieel is anno 2016. Ondernemen kan inderdaad alleen en dan zal er ‘snelle’ winst zijn, maar wil je ondernemen met maatschappelijke impact dan zal samenwerking een meerwaarde zijn. De samenwerkingspartners kunnen heel divers zijn. De ‘Quadruple Helix’ biedt een kader voor de mogelijke samenwerkingen: overheid, markt/private partners, burgers/werkveld en onderzoeksinstanties. Multipartijsamenwerkingen zijn aan de orde om complexe uitdagingen aan te pakken. Kleine organisaties met een bepaalde expertise of grote achterban kunnen in een succesvolle samenwerking partner zijn van grote organisaties met veel slagkracht of middelen.

5. SUBSIDIES ALS HEFBOMEN

Werken met subsidies en ondernemen, gaat dat samen? Ja, en het zal bovendien steeds meer het geval moeten zijn. Subsidies voor de basiswerking van sectororganisaties waren al zeldzaam en daarbij is er duidelijk een tendens dat er meer projectmatig subsidies zullen ingezet worden. Zie subsidies steeds als hefbomen. Gebruik ze voor pilootprojecten, die je achteraf kan vermarkten. Ontwikkel instrumenten die je later in (betalende) trajecten kan aanbieden. Ook overheden hechten steeds meer belang aan valorisatie na subsidies. Gericht met ‘ondernemersblik’ op zoek gaan naar subsidies, vaak buiten het eigen beleidsdomein (onderzoek, opleiding, Europa, …) is een kans.

Auteur: David Nassen, Directeur ISB vzw

Dezelfde diensten voor hetzelfde lidgeld, dat is een model dat onder druk staat

marcvantilborghDe Keurslagers vzw ontstond als concept in het jaar 1946 in Nederland. Sinds 1983 bestaat ook in België de Belgische Keurslagers vzw. De Belgische Keurslagers vzw is geen klassieke beroepsvereniging. Marc Van Tilborgh, ruim 15 jaar directeur van de Belgische Keurslagers, geeft toelichting bij het business model van de Belgische Keurslagers.

“In het begin waren we zeker geen beroepsvereniging pur sang, maar we krijgen die rol steeds meer en meer toebedeeld”, steekt Marc Van Tilborgh van wal. “Dat heeft enerzijds te maken met de leden die heel dynamisch zijn en het heel goed doen in hun slagerij. Maar dat betekent dat hun noden ook heel anders zijn. In een beroepsvereniging moet je elk lid voor ieder aspect van A tot Z kunnen helpen en dat is een groot probleem aan het worden. Iedereen afzonderlijk bedienen volgens hun persoonlijke noden is zeer moeilijk. Een slagerij met 30 personeelsleden heeft heel andere zaken nodig dan een slagerij waar man en vrouw samenwerken. Het verschil in kostenstructuur maakt het complex. Dat is een grote verandering waar we mee moeten omgaan.”

Bestaan er dan bij de Belgische Keurslagers al verschillende formules lidmaatschap?

“Neen, momenteel is het nog altijd zo dat iedereen hetzelfde lidgeld betaalt en iedereen krijgt ook evenveel voor dat lidgeld. Dat is natuurlijk een model dat onder druk staat, maar het is geen gemakkelijke opdracht om dat te veranderen. Er zijn een aantal basiselementen verbonden aan het lidmaatschap, zoals staalopnames, bacteriologische analyse, marketing pakketten, ongediertepreventie … Dat zijn zaken die alle slagers sowieso nodig hebben. Voor nieuwe leden is er een betalend instappakket dat ze eigenlijk snel terugverdienen in goederen, kortingen en een sterke commerciële actie met de Keurslagersluchtballon. Grotere winkels kunnen naargelang hun noden wel extra basispakketten aankopen waar dan extra staalopnames, promotiemateriaal … in vervat zitten. Op die manier komen we wel wat tegemoet aan de verschillende noden van de leden. Hier gaat het dan meer om pay-as-you-go services of producten.”

Leeft de vzw Belgische Keurslagers voornamelijk van lidgelden?

“Het grootste deel van onze inkomsten bestaat inderdaad uit lidgeld. Als tweede grootste bron van inkomsten hebben we de commissies op de producten die aangekocht worden in het kanaal van de aanbevolen leveranciers. De slager kan zelf kiezen of hij de producten via de leveranciers van de Belgische Keurslagers aanbiedt of niet. Het spreekt voor zich dat het voor hen wel voordelig is om via deze leveranciers aan te kopen. Als derde inkomstenbron zijn er de zaken die via advertenties en een stukje verkoop aan de eigen leden komen.”

Jullie gaan vaak structurele partnerschappen met commerciële spelers aan. In hoeverre zie je de Belgische Keurslagers zelf als commerciële organisatie?

“Samenwerking is volgens mij de enige oplossing om te blijven fungeren. Onze commerciële partners hebben onze leden nodig om hun doelstellingen te halen, om hun zaken goed draaiend te houden. Maar ook onze leden hebben hen nodig, want als zij geen goede leveranciers meer hebben, dan zal het ook snel gedaan zijn met goed verkopen. Je hebt elkaar nodig en dat impliceert ook dat je keuzes moet maken. Hoe sterker en hoe duidelijker je die keuzes maakt voor iedereen, hoe beter dat zowel de leden en partners er vanaf zijn. En de vereniging is dan de vulling tussen alle gaten als het ware.”

“We hebben een sterk merk ten dienste van onze vereniging. Dat zorgt dat je ons zou kunnen bestempelen als een commerciële organisatie, hoewel we dat in se niet echt zijn. We zijn een vereniging die ervoor zorgt dat mensen samenwerken onder een gezamenlijke noemer en die gezamenlijke noemer is het Keurslagerslogo. Keurslagers is een sterk merk. Maar dat sterk merk komt er door de gezamenlijke inspanning van iedereen.”

“In feite zijn we de lichtste vorm van franchising, ook al zijn we helemaal geen franchising. Iemand mag zich profileren als Keurslager als hij lidgeld betaalt en voldoet aan de normen om lid te zijn. Wij voeren dan gezamenlijk promotie om een sterk gekend merk te hebben.”

Zijn er door de decennia heen meer cross-sectorale samenwerkingen bijgekomen?

“Inderdaad. Bijvoorbeeld voor promotionele zaken, zoals de samenwerking met onze ballonvaarder. Zij exploiteren de Keurslagersluchtballon, wij zorgen voor de hardware als het ware en zij zorgen voor de exploitatie. Dat maakt dat je dan als Keurslager een sterke actie kan doen. De vluchten worden betaald en telkens de ballon in de lucht is, is dat ook promotie voor zowel de leden als voor de vereniging. Voor een andere actie die eraan komt hebben we bijvoorbeeld een samenwerking met een barbecuemerk omdat we dan de aandacht willen vestigen op het barbecueën tijdens het EK-voetbalkampioenschap.”

“Twintig jaar geleden moest je je daar niet mee bezighouden, met zo’n commerciële samenwerkingen. Maar tegenwoordig is dat een groot deel van mijn job geworden om die contacten te onderhouden en te onderhandelen.”

“Het zoeken van een strategische partner voor verschillende diensten die leden nodig hebben begint al bij het opmaken van het strategisch plan. Wij gaan telkens gaan kijken hoe we binnen 5 jaar met onze leden moeten omgaan. Want wat we steeds voor ogen houden is: ‘de organisatie is er voor én door de leden’. Zonder leden zijn we immers niets als organisatie.”

Op jullie website merk ik ook op dat jullie zich heel sterk richten op de consument eerder dan op de leden zelf. Is dat iets waar jullie erg op focussen en waarom?

“De communicatie naar de leden toe is natuurlijk belangrijk, maar dat gebeurt afgesloten. Potentiële leden kunnen ons steeds contacteren en dan bezorgen wij hen extra informatie over de voorwaarden om lid te worden en de voordelen die ze eruit halen. Een klassieke beroepsvereniging communiceert enkel met zijn leden en niet met de klanten van de leden. Wij willen ook communiceren met de klanten van onze leden, want enkel zo kunnen we de vinger aan de pols houden om te weten wat ze wensen van de slagers in de komende jaren. De Keurslager bepaalt nog altijd zelf wat er in zijn koeltoog komt te liggen, maar het is de klant die bepaalt wat er uit gaat. Dat is een zeer belangrijk gegeven. Het belang van de consument bij de Keurslager is voor ons ook van primordiaal belang.” (JD)

Onderzoek: samenwerkingsverbanden bij (leden)verenigingen

Een vereniging is geen eiland is het thema van het BSAE-jaarcongres op 16 november 2016. Niet toevallig als je merkt dat meer en meer organisaties actief en strategisch samenwerkingsverbanden aangaan met heel uiteenlopende partijen.

In de aanloop van het najaarscongres willen we nagaan met welke hindernissen en valkuilen men te maken krijgt bij het aangaan van samenwerkingen en wat het resultaat en de toegevoegde waarde van de samenwerkingen voor organisaties kan zijn.

BSAE heeft daarvoor een korte vragenlijst opgesteld, die vooral wil peilen naar de attitude van de organisatie ten aanzien van samenwerken en hoe zij het aangaan van samenwerkingen doorgaans ervaren.

Alvast bedankt om even de tijd te nemen om deze bevraging in te vullen!

Het BSAE-team

Nieuwe leden welkom heten: simpel, maar zo belangrijk

welkom

Nieuwe leden verwelkomen, het vraagt niet zoveel moeite, maar betekent zoveel voor hen.

Een simpel, maar sterk en efficiënt mailtje met individuele aanspreking doet al wonderen. Dat is een standaard actie die sowieso in je ‘onboarding’ plan zou moeten zitten.Vermeld hierin meteen nog eens de aankomende events en opleidingen en link nog eens door naar de voordelen waarvan ze gebruik kunnen maken. Laat ook weten wanneer jullie organisatie bereikbaar is om vragen te beantwoorden en laat contactgegevens na.

Maar je kan er ook wat meer tijd of creativiteit in stoppen. Wil je nieuwe leden meteen een extra boost geven om zich verder te engageren in de vereniging?

  • Geef hen extra aandacht in de nieuwsbrief van de vereniging
  • Verwelkom en bedank hen door een vermelding op Twitter of Facebook, link door naar hun webpagina, zij zijn blij met de extra aandacht en de andere leden weten meteen wie het nieuwe lid is
  • Kan je er echt wat meer tijd in investeren? Doe een kort interviewtje met het nieuwe lid om in het ledenmagazine of in de nieuwsbrief te verwerken.
  • Of bel hen gewoon even op om te peilen naar hun verwachtingen en te vragen hoe ze de organisatie leren kennen hebben.

Top 10 vaardigheden voor de werkplek van morgen

Over welke capaciteiten moet je beschikken op de werkvloer van morgen? Karie Willyerd en Barbara Mistick stellen in het boek Sketch, how to future-proof yourself for tomorrow’s workplace een top tien van de meest gevraagde talenten op.

  1. Functionele expertise

Tim Brown, ceo van het ontwerpbureau IDEO werft mensen aan met T-shaped skills: “De verticale lijn van de letter T verwijst naar expertise in één domein.” Maar tegelijk adviseert hij je om ook bij te leren in subdomeinen.

  1. Emotionele intelligentie

De horizontale lijn van de letter T verwijst naar de gave om samen te werken over verschillende vakgebieden heen. En dat lukt alleen als je over een gezonde portie empathie beschikt. Het is belangrijk dat je je in de schoenen van collega’s kunt plaatsen. Daarnaast scoor je door emotionele intelligentie beter in interviews en navigeer je quasi probleemloos in de hiërarchie van je organisatie.

  1. Persoonlijke aanbeveling

Kan jij jezelf promoten zodat anderen graag met je willen samenwerken? Jezelf verkopen zonder dat het saai wordt, is een waar talent. Investeren in je netwerk en delen van leuke content horen hier zeker bij.

  1. Multiculturele kennis

Respecteer jij de cultuurverschillen op je werkvloer? Heb je goed contact met zowel de jongere als oudere generatie? En wat met je buitenlandse connecties? Ken jij de spelregels van de culturele diversiteit?

  1. Fanatieke scherpzinnigheid

Welke job je ook uitvoert, je bent een nerd. De gedachte “Ik ben niet zo technologisch aangelegd”, geldt niet meer. Om klaar te zijn voor de toekomst, moeten we allemaal de technologische toepassingen kennen. En vooral die in je werkveld.

  1. Virtuele samenwerking

Samenwerken met collega’s die op een andere locatie dan jou vertoeven is een must. Kan je een video conference call opzetten? Kan je introverte collega’s motiveren om tijdens een videogesprek het woord te nemen? Deel je vlot alle info over taal- en landgrenzen heen? Samen werken is belangrijk, maar zelfstandig werken nog meer. Want je collega zit niet altijd op de bureau naast jou.

  1. Ondernemer

Initiatief nemen, passie, innovatie en de durf om risico’s te nemen zijn felbegeerde vaardigheden. De eerste drie helpen je bij carrièrebeslissingen te nemen en de laatste om je loopbaan te verlengen.

  1. Creatieve probleemoplosser

Traditionele probleemoplossing volgt steeds hetzelfde patroon: je identificeert het probleem,vraagt advies aan medewerkers, verzamelt data, zoek mogelijke oplossingen om dan een uitkomst te vinden.

Een creatieve probleemoplosser past zich aan elke situatie aan. Een terugkeer van eerdere veronderstellingen en conclusies en het vermogen om obstakels te vermijden is een deel van creatieve probleemoplossing.

  1. Leiderschap

Blogs, commentaren op webartikels en video’s: de nieuwe leider communiceert online. Hij staat open voor commentaar, vragen en kritiek van een breed publiek. En dat vraagt een dikke huid voor de toekomstige leider.

  1. Veerkrachtig

Stuur je carrière zodat je kan groeien en gemotiveerd blijft. Levenslang leren, open zijn, effectief netwerken en veel ervaring opdoen is een must.

Nathanëlla Monsaert

Lees in de volgende editie van Community magazine over levenslang leren voor verenigingsprofessionals.