5 praktijktips om te ondernemen als sectorvereniging

SONY DSC‘Iedereen ondernemer’ schreef Arko van Brakel bij de start van dit decennium. In een kennis- en communicatiemaatschappij is een ondernemende levenshouding een vereiste om te overleven.  Herman Daems, hoogleraar economie aan de KU Leuven publiceerde eind 2015 een opinie in De Tijd: ‘De scheidingsmuur tussen profit en non-profit begint te barsten’. Organisaties in non-profit streven naar business modellen die redelijk rendement opleveren. Ze overtuigen investeerders om meer geld in hun activiteiten te stoppen. Non-profitorganisaties kunnen zo initiatieven opstarten om maatschappelijke problemen op te lossen. In de non-profitsector wordt gesproken over shared value, sociaal ondernemerschap en impact investing.

Ondernemen is niet gelijk aan commercialiseren. Ook voor non-profitorganisaties is ‘ondernemen’ een passende mindset. Ledenverenigingen, zelfs met profitleden, zijn organisaties met een maatschappelijk doel: leden beter maken, de sector versterken of een maatschappelijke uitdaging aanpakken. Ondernemen gaat dan niet om ‘geld verdienen’, maar om initiatief nemen, middelen zoeken/inzetten, resultaat bereiken. Ondernemen staat tegenover ‘passief’ hetzelfde blijven doen met de bestaande lidgelden of wachten op steun van overheden.

5 tips om te ondernemen:

  1. HELDERE MISSIE EN WAARDEN

Draagt het bij tot het bereiken van je missie en past de werkwijze bij je waarden? Het lijkt evident, maar dit zijn dé basisvragen als je gaat ondernemen. Doe je dit niet dan zijn volgende bestuursdiscussies of ledenreacties gegarandeerd: we moeten als vereniging toch geen geld verdienen, wat hebben we daaraan, die dienst maakt ons financieel afhankelijk, …

2. VERBINDEN, VERDIENEN OF VERSTERKEN

Als sectororganisatie kan je met een bepaalde dienst proberen de leden te verbinden met de organisatie,  de sector te versterken of … te verdienen. Bij deze laatste vorm staat winst maken voorop voor de vereniging (maar ook voor het lid). Een groepsaankoop voor leden met een marge voor de vereniging kan dit illustreren. In het boek ‘Dienstverlenende Organisaties’ van Berenschot staat hoe je diensten kan aanbieden. Een van de vormen is ‘ondernemen’, zijnde de dienst zelf uitvoeren als vereniging en je eigen naam eraan koppelen. ’Ondernemen’ is aangewezen als er relevantie is voor veel leden en de dienst relatief eenvoudig is, maar ook een goede kosten/baten verhouding is van belang. Deze vorm staat naast ‘profileren’ waarbij je je naam wel aan de dienst koppelt, maar niet zelf uitvoert; makelen, waarbij je je naam niet aan de dienst koppelt en hem niet zelf uitvoert, of produceren, waarbij je je naam er niet aan koppelt maar wel zelf uitvoerder bent.

3. VOOR ALLE LEDEN OF VOORLOPERS

Vanuit een klassieke, momenteel vaak nog geldende visie op verenigingsmanagement lijkt het evident te ondernemen voor alle leden. De leden staan centraal en ‘ondernemen vóór leden’ moet ten goede komen van zoveel mogelijk leden. In de visie van ‘Verenigingsmanagement 3.0’ ligt de nadruk meer op innovatie, aandacht voor voorlopers en ‘ondernemen mét leden’. Als sectororganisatie ga je hands-on met enkele leden, die ‘iets’ willen doen initiatief nemen.

4. SAMENWERKEN

‘If you want to go fast go alone. If you want to go far go together’ luidt een Afrikaans gezegde. Ook voor sectororganisaties geldt dat samenwerken essentieel is anno 2016. Ondernemen kan inderdaad alleen en dan zal er ‘snelle’ winst zijn, maar wil je ondernemen met maatschappelijke impact dan zal samenwerking een meerwaarde zijn. De samenwerkingspartners kunnen heel divers zijn. De ‘Quadruple Helix’ biedt een kader voor de mogelijke samenwerkingen: overheid, markt/private partners, burgers/werkveld en onderzoeksinstanties. Multipartijsamenwerkingen zijn aan de orde om complexe uitdagingen aan te pakken. Kleine organisaties met een bepaalde expertise of grote achterban kunnen in een succesvolle samenwerking partner zijn van grote organisaties met veel slagkracht of middelen.

5. SUBSIDIES ALS HEFBOMEN

Werken met subsidies en ondernemen, gaat dat samen? Ja, en het zal bovendien steeds meer het geval moeten zijn. Subsidies voor de basiswerking van sectororganisaties waren al zeldzaam en daarbij is er duidelijk een tendens dat er meer projectmatig subsidies zullen ingezet worden. Zie subsidies steeds als hefbomen. Gebruik ze voor pilootprojecten, die je achteraf kan vermarkten. Ontwikkel instrumenten die je later in (betalende) trajecten kan aanbieden. Ook overheden hechten steeds meer belang aan valorisatie na subsidies. Gericht met ‘ondernemersblik’ op zoek gaan naar subsidies, vaak buiten het eigen beleidsdomein (onderzoek, opleiding, Europa, …) is een kans.

Auteur: David Nassen, Directeur ISB vzw