De duale rol waarmee elke vereniging kampt. Herken jij het?

Probeer dit eens. Deel bij de volgende vergadering je medewerkers in in twee groepen. Langs de ene kant van de tafel zitten de mensen die gefocust zijn op het sociale aspect van je organisatie en aan de andere kant de medewerkers die vooral met de cijfers bezig zijn. Hoe is de verhouding tussen de twee groepen? En hoe is de sfeer wanneer ze gescheiden zitten?

Misschien voel je er weinig voor om dit eens uit te testen, maar organisaties die de duale rol tussen het sociale en financiële luik van een vereniging erkennen, zijn succesvoller. Dat beweren onderzoekers van Harvard, Boston College, Stanford en ESSEC Business School in hun studie Harnessing Productive Tenions in Hybrid Organizations: The Case of Work Integration Social Enterprises.

Duale rol

Binnen een hybride organisatie heerst altijd spanning tussen het sociale en het financiële aspect. Een hoger niveau van sociale invloed correspondeert met meer sociale prestaties. En ook een hoger niveau van economische productiviteit rijmt met meer sociale prestaties, omdat er meer financiële middelen binnenstromen. Maar, paradoxaal, hebben organisaties die eerder aandacht schenken aan het sociale luik de neiging om minder producten en diensten te ontwikkelen die ze verkopen aan hun leden. Of, wanneer je te veel focust op je sociale rol, mis je cruciale inkomsten. Terwijl als je te veel energie steekt in commerciële activiteiten, je focus op je missie verzwakt.

Voor hun studie volgden de onderzoekers twee gelijkaardige verenigingen uit Frankrijk tussen 2003 en 2007. Beide organisaties reïntegreren mensen in het werkveld na langdurige werkloosheid. Hoewel beide verenigingen te kampen kregen met dezelfde uitdagingen zoals de economische crisis, blijkt dat de ene vereniging veel beter presteert dan de andere. Waarom? Omdat die ene organisatie haar duale rol beter uitspeelt.

De sleutel om die duale rol goed te beheren is om zowel je sociaal als financieel minded medewerkers discussieruimte te geven. In eerste instantie confronterend en de spanning tussen beide partijen zal niet verdwijnen, maar de interactie tussen hen moet je zien als een positieve confrontatie, beweren de onderzoekers. “De logische oplossing voor een probleem is om samen te zitten met gelijkgestemden of dat maar één persoon een oplossing bedenkt. Maar uit onze studie blijkt het tegendeel waar: organisaties die succesvol zijn, zijn net diegenen die net die spanning levendig houden”, zegt Julie Battilana, associate professor aan Harvard en co-auteur van het onderzoek.

Hoe zijn de rollen binnen jouw vereniging verdeeld? Zorgt dit soms voor conflicten? Beseffen je medewerkers hun duale rol? En hoe houd je de spanning in evenwicht? Laat je mening achter.

Een uitgebreid artikel met twee cases van VUB en Natuurpunt verscheen in het nichemagazine BSAE Community maart 2016.

Nieuwe leden vanaf begin voeden in hun enthousiasme

Mag je een nieuw enthousiast lid verwelkomen bij je organisatie? Probeer de energie van het nieuwe lid op te vangen en ook over te brengen naar bestaande leden.

Betrek nieuwe leden

Nieuwe leden willen betrokken worden vanaf het eerste moment. Maak hen vanaf de start duidelijk wat hiervoor de mogelijkheden zijn. Maak het hen duidelijk in het welkomstpakket dat je hen toestuurt of breng hen op de hoogte via een persoonlijk mailtje of telefoontje.

Verbind nieuwe leden met hun ‘peers’

Hoe meer goede contacten en vrienden een lid maakt binnen je organisatie, hoe waarschijnlijker het is dat hij of zij lid blijft. Zorg er dus voor dat nieuwe leden voldoende mogelijkheden hebben om de andere leden te leren kennen en de juiste leden leren kennen. Een manier om dit te doen is om een social community voor de nieuwe leden op te bouwen. Een andere mogelijkheid is om een meet & greet te organiseren, specifiek voor nieuwe leden. Als dat te moeilijk is voor je organisatie kan je op een van je events ook via de naambadges aangeven wie een nieuw lid is. Zo komen de nieuwe leden bijvoorbeeld ook sneller bij elkaar terecht.

Ontwikkel een mentorprogramma voor leden

Iedere organisatie heeft ambassadeurs. Zij kennen de organisatie beter dan wie dan ook. Probeer de ambassadeurs aan de nieuwe leden te linken in een leden-mentor programma. Enthousiasme werkt immers aanstekelijk en zorgt ervoor dat ze betrokken geraken bij de vereniging.

Check af en toe hoe het met nieuw leden gesteld is

Verwelkom je leden niet enkel, ga ook van tijd tot tijd na hoe het met hen gesteld is en hoe ze hun lidmaatschap beleven. Je kan bijvoorbeeld na een 2 à 3 maand een mailtje sturen of telefoneren om te vragen hoe ze denken over de organisatie. Als er dan problemen zijn kan je meteen ingrijpen. Zo maak je minder kans om ontevreden leden te verliezen.

 

Bron: Member Clicks – Callie Walker

Vier soorten artikels die de aandacht trekken

‘Je content personaliseren’, is de gouden tip die je zeker al gehoord hebt. Maar hoef je nu echt voor elk doelpubliek nieuwe content te schrijven? Dat is toch bijna onmogelijk? Met deze vier soorten artikels trek je de aandacht van elke lezer zodat ze lid worden of naar je events komen.

1. Leuke content voor je doelpubliek

Je bezoekers overtuigen om lid te worden, zich in te schrijven voor een event of een werkgroep… dat is de taak van je website. Vaak bevat deze groep bezoekers lezers die je vereniging nog niet zo goed kennen. Hoe overtuig je hen om toch verder te surfen op je site? Door het brengen van luchtige en leuke artikels gerelateerd aan je sector. En naast relevante cijferinformatie kan je bijvoorbeeld ook verhalen brengen van leden die herkenbaar zijn voor anderen. Want zeg nu zelf. Jij leest toch ook graag entertainende artikels die je een lach of een goed gevoel geven?

2. Informatieve content voor de nieuwe webbezoeker

Surfers zijn meestal op zoek naar een antwoord op hun vraag. Hun trefwoorden in de zoekbrowser hebben hen naar jouw site geleid en ze verwachten meteen dat jij hen de gezochte informatie aanbiedt binnen de vier seconden.

Om relevante content te schrijven voor deze groep, hoor je te analyseren met welke vragen je sector kampt. Vraag aan de IT-verantwoordelijke een lijst van de meest gebruikte trefwoorden of ga zelf eens op onderzoek in Google. Google vult jouw trefwoorden aan met de meest gezochte woorden. Nadat je goed weet naar welke info je bezoekers zoeken, kan je hierover blogposts, whitepapers en e-books schrijven.

3. Subtiele zelfpromotie

Je hebt de aandacht van je bezoekers vast met je entertainende en informatieve content. De volgende stap is subtiele zelfpromotie. Via webinars, slideshows en video’s bewijs je dat jouw vereniging de kennis en de middelen heeft om hen te helpen met hun vragen en problemen.

4. Content die de deal sluit

De bezoekers die op zoek zijn naar content die de deal sluit, zijn lezers die je sector heel goed kennen. Zij zoeken op je site naar informatie over je diensten en producten. Met dit type content vertel je hen precies wat ze van jouw vereniging mogen verwachten als ze lid worden of een event bezoeken.

Simply Talking met Sylvie Verleye

In de 15 jaar dat ik mij verdiep in de topic (zakelijke) presentaties heb ik eerlijk gezegd bitter weinig evolutie gezien. Veel sprekers slagen er, ondanks de tegenwoordig wijdverspreide do’s and don’ts en tips & tricks voor het geven van een presentatie, niet in om hun boodschap op een krachtige manier over te brengen naar hun publiek. Veel heeft te maken met de manier waarop ze hun boodschap brengen, er moet een zekere passie en begeestering achter het verhaal zitten waarmee je je boodschap brengt. En die moet gedragen worden door je houding, je mimiek,  je spreektempo en intonatie …en door je slides.

Overvolle slides

Slides stonden 15 jaar geleden overvol en dat is nog altijd het geval; en vaak is het zelfs te begrijpen. Jaren geleden werd er al geroepen dat slides meer beeldend moeten zijn maar dat heeft in veel gevallen geleid naar ‘gedecoreerde’ slides, bullet slides opgesmukt met nietszeggende kleine beeldjes of nog erger ‘clipart’, wat ook niet de bedoeling kan zijn. Nieuwe trends werden gelanceerd zoals Pecha Kucha (20 slides zijn 20 beelden en 20 seconden om het verhaal te vertellen op dat beeld) en die hebben vooral gehoor gekregen op congressen. Niet elke presentatie op een congres is beeldend maar daar zie ik toch de grootste evolutie. Maar hoe zit het in andere contexten? Hoe presenteer je iets voor je Raad van Bestuur of voor de Algemene Vergadering van je organisatie? Hoe presenteer je iets voor je team of voor commissies of werkgroepen binnen je vereniging? Welk gevoel geef je een externe stakeholder over je organisatie en haar missie?

Ik heb trends die ik waardevol vind, vertaald naar ideeën waarmee je kunt experimenteren voor jouw presentaties. Het zijn ideeën die ik doorheen de jaren kreeg door de feedback van deelnemers, door de boeken die ik las, door mijn eigen ervaring, en vooral door de vele interviews die ik deed met CEO’s in grote bedrijven. Ik toetste mijn ideeën bij diezelfde CEO’s, ik coachte al heel wat mensen gebruik makend van het Simply Talking model dat je zal leren kennen, en ik merk dat het werkt. Voor mij persoonlijk, voor andere sprekers en voor het publiek. Maar het betekent wel een verandering in de manier van presenteren. Als jullie bereid zijn om te luisteren, geef ik graag tips!

Sylvie Verleye

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

Sylvie Verleye, een autoriteit op het gebied van presentatietechnieken, elevator speech en storytelling komt haar tips delen met de verenigingsdirecteurs en -professionals op donderdag 21 april 2016. Ook jij kan er bij zijn. Inschrijven kan via deze link.

Vereniging 3.0 – als de markt meespeelt

Als je kijkt naar de werking en strategische aanpak van ledenverenigingen, dan zie je heel wat bewegen. Nog niet zo lang geleden was de voornaamste doelstelling om de organisatie te professionaliseren en ervoor te zorgen dat efficiënt management de werking naar de leden optimaliseerde. Anders gezegd, de organisatie moest zelf het aanbod zo organiseren dat het bij de leden zou aanslaan. Een nieuwe en vooral bredere kijk op wat leden echt nodig hebben zorgde voor een kanteling van de werking: de leden kwamen centraal te staan en de organisatie werd geacht meer een facilitator te worden dan een aanjager.

Maar daar stopt het niet. De verwachtingen van de leden blijken zo complex en in sommige gevallen heel individueel (‘what’s in it for me’) dat de organisatie haar toevlucht zoekt in verregaande personalisatie (service-cultuur) en probleemloos intekent op trajecten om de leden ter wille te zijn. Niet zelden ten koste van de uitdaging om voor alle leden een collectief belang na te streven. Maar daar gaat dit artikel niet over.

Een nieuwe trend is in elk geval het meedenken over de positionering van de leden ten opzichte van de markt. De vereniging gaat met andere woorden mee vorm helpen geven aan de manier waarop de klanten van de leden hun professionaliteit of kwaliteit ervaren. Dat betekent niet meteen dat de vereniging zelf aan marktontwikkeling moet doen – wat overigens in het kader van eerlijke mededinging niet aangewezen is – maar minstens zal de organisatie vanuit haar overkoepelende werking de individuele leden helpen scherper in hun markt te staan.

Dit vertaalt zich in de volgende vraagstelling: hoe helpt de organisatie een correct beeld te vormen van de sector naar de markt toe, niet enkel in aantallen of volumes, maar ook in wezenlijke impact? Hoe kunnen de klanten van de leden overtuigd worden van het belang en effect van de diensten of producten die de leden aanbieden?  Hiervoor moet dus gekeken worden naar de impact van de leden op alle mogelijke stakeholders, op de eerste plaats op hun klanten, maar ook op andere actoren, zoals leveranciers, de overheid en bij uitbreiding de maatschappij.

Case: Visiemeeting met focus op de perceptie van klanten op de leden

Laten we dit even illustreren met een praktijkvoorbeeld. Onlangs werd ik gevraagd om de jaarlijkse visiemeeting van VMx, de vereniging van ongeveer 1000 milieuprofessionals (zowel interne als externe milieucoördinatoren en  milieuadviseurs) te leiden. Ondanks het feit dat de wetgever voor een ‘golden handcuff’ zorgt – de milieucoördinator is een wettelijk verankerde functie – is het voor de vereniging belangrijk om permanent de relevantie en duurzaamheid van het beroep in vraag te stellen. Om eens niet louter naar binnen of naar de vertrouwde stakeholders (overheid, zusterorganisaties, partners binnen de waardeketen) te kijken, stelde ik een workshop voor waarbij de relatie van de milieuprofessional ten opzichte van zijn markt onder de loep genomen werd: hoe kijkt de markt (in dit geval de werkgevers van de interne en de opdrachtgevers van de externe milieucoördinatoren) naar de professionals, maar ook, en vooral, hoe kan VMx als organisatie die perceptie op een positieve manier mee vormgeven?

We onderzochten drie belangrijke vragen: (1) op welke vlakken wordt het werk van de milieuprofessional duidelijk, (2) hoe kunnen we daar meetbare en controleerbare indicatoren aan verbinden en (3) hoe ‘vertalen’ we dat in de zin van effectieve impact op de markt ?

Wat uit de workshop en de voorafgaande bevraging onder de leden bleek was dat het werk van de milieuprofessional heel erg specialistisch is en binnen de organisatie naar binnen gericht is. Resultaten worden vooral intern gecommuniceerd of naar overheden die dit vereisen. Indicatoren en kwantitatieve cijfers zijn er voldoende voorhanden, maar hoe maak je dat ‘tastbaar’ voor de markt?

Een passend voorbeeld: Een milieucoördinator informeert de werkgever en directe belanghebbenden over ‘sluipverbruik’ van energie bij toestellen en machines. Daaropvolgend worden alle werknemers over de problematiek ingelicht met het oog op een interne optimalisatie. De informatie die ze ontvangen nemen ze ongetwijfeld ook mee naar huis. Als organisatie stel je dus niet alleen vast dat een lid een bedrijf geholpen heeft, maar dat er een direct effect is op een veel grotere groep mensen. Dat onderschrijft natuurlijk het belang van de milieuprofessional.

Naar aanleiding van de visiemeeting werden heel wat ideeën bijeengesprokkeld die nu verder uitgewerkt worden om het belang van de milieuprofessional te expliciteren. Uiteraard draagt het expliciteren van zulke concrete acties bij tot het creëren van toegevoegde waarde voor het beroep. De vereniging speelt hierbij een belangrijke rol als katalysator naar de markt en onderstreept het belang van de beroepsgroep.

Marc Mestdagh, 16/3/2016

++++

Wil je meer vernemen over nieuwe business modellen voor verenigingen, word lid van BSAE of abonneer op Community, het vakblad van BSAE (het thema van editie 2016/1 is business models voor verenigingen).  http://www.bsae.be

Wil je voor jouw organisatie een visiemeeting om jouw organisatie future-proof te maken, contacteer onze BSAE-partner 2Mpact (Marc Mestdagh – marc@2Mpact.be) of check  www.marcmestdagh.be

 

Navefri en Horeca Vlaanderen gaan nauwer samenwerken

Navefri, de beroepsvereniging van frituuruitbaters, sluit zich aan bij Horeca Vlaanderen. Navefri blijft bestaan, maar zal zich voortaan enkel toespitsen op het ambassadeurschap van het ambacht van friturist en de frietkotcultuur in het algemeen. Het luik beroepsvereniging wordt ondergebracht bij Horeca Vlaanderen.

Navefri werd opgericht in 1984 en verdedigt de belangen van de frituuruitbaters. Als specifieke sectorvereniging kwam Navefri jarenlang op voor de economische leefbaarheid van de frituursector en zette zich in voor de culturele en gastronomische erkenning van de frituren.

Om deze taken beter te kunnen uitvoeren en om de sector meer draagvlak te geven, besliste Navefri zich aan te sluiten bij een grotere professionele organisatie. “Hoewel de frituursector zeer specifiek is lopen veel van onze belangen samen met die van de horecasector in het algemeen. Horeca Vlaanderen heeft bovendien een eigen studiedienst en biedt een ruime ondersteuning voor haar leden. Daarop kunnen vanaf nu ook de leden van Navefri beroep doen”, zegt Bernard Lefèvre, voorzitter van Navefri.

Horeca Vlaanderen roept een nieuwe sectorcommissie in leven om de belangen en bezorgdheden  van de frituuruitbaters op de voet op te volgen. “Naast de sectorcommissies café, restaurant, hotel en nightlife richten we nu ook de commissies frituren op. Sinds jaren werken we al nauw en goed samen met de collega’s van Navefri. Door ons te verenigen onder dezelfde vlag staan we niet alleen als belangenvereniging sterker, we zullen onze leden nog beter kunnen ondersteunen”, aldus Danny Van Assche, afgevaardigd bestuurder van Horeca Vlaanderen.

Bron: Horeca Vlaanderen

 

Storytelling in nieuwsbrieven: 8 tips

Met je nieuwsbrief informeer je je lezers over je opleidingen, events en interessante webartikels. Maar heb je het gevoel dat je hen niet echt bereikt? Dat het community-gevoel ontbreekt? De Nederlandse storytellingcoach Christine Algera geeft tips over hoe je door persoonlijke verhalen te vertellen het ijs met je lezers breekt.

1. Je kan heel veel verhalen vertellen. Je kan bijvoorbeeld schrijven over een grappige uitspraak die je gehoord hebt, een programma dat je gezien hebt of over een krantenartikel dat je uitermate geboeid heeft.

2. Een verhaal is pas goed als je er een boodschap aan koppelt voor je lezers. Dus vooraleer je begint te schrijven, weet waarom je het verhaal wil vertellen en welke link je kan leggen naar je organisatie of dienst. En maak duidelijk wat je lezer met je boodschap kan doen.

3. Hou je webartikels zo kort mogelijk, was jarenlang het advies. Wel, dat klopt niet. Zolang je tekst interessant is, zijn er lezers. Zo eenvoudig is het. Maar vermijd dat je verhaal langdradig wordt.

4. Geen inspiratie? Kijk gewoon wat er rondom je gebeurt. Inspiratie genoeg. Of je nu tv kijkt, kookt of winkelt er is altijd wel iets dat je aandacht triggert. Stel op dat moment jezelf de vraag: ‘Wat hebben ze hier gedaan dat mijn aandacht trekt en hoe is dit interessant voor mijn publiek?’

5. Hoe bouw je een verhaal op? Wel, vertel gewoon wat je aan het doen was en wat je gezien, gehoord, meegemaakt of gelezen hebt. Hierna schrijf je wat je er goed of minder goed aan vond en geef je enkele tips over hoe het beter kan.

6. Hou je verhalen consistent. Maak voor jezelf duidelijk welke waarden je wil uitstralen. Kies er zo’n drie à vijf uit en gebruik die als kapstok voor je verhalen.

7. Maak je verhalen niet te moeilijk. Vooral het internet is een vluchtig medium met een korte aandachtsspanne.

8. Vind je het eng om persoonlijke verhalen te vertellen? Begrijpelijk. Toch zullen de reacties op je verhalen overwegend positief zijn. Maar we zijn nu eenmaal geneigd om negatieve feedback te onthouden. Als je vindt dat een lezer gewoon tegen je klaagt zonder veel inhoud, negeer die dan gewoon.

Meer weten?

Spreek je als verenigingsdirecteur, -stafmedewerker of communicatiemedewerker regelmatig voor een groep of zit je vergaderingen voor waar jij het woord moet nemen? Presentatiecoach Sylvie Verleye vertelt je hoe je content in een verhaal giet om het helder en tastbaar te maken voor je publiek én op welke manier je het presenteren zelf best aanpakt.

Schrijf je nu in voor de workshop ‘Storytelling in presentaties’ op 21 april in Brussel.